Joesoepov Schaak Genootschap
Het Joesoepov Schaak Genootschap bestaat uit twaalf enthousiaste schakers die de ambitie hebben via training beter te leren schaken. Naamgever en beschermheer is GM Artur Joesoepov.
De rating van de deelnemers is nu nog ongeveer 1600 tot 1900 Elo. Het JSG traint komend seizoen zes zondagmiddagen (steeds na een KNSB-ronde) in Denksportcentrum Apeldoorn met meesters en grootmeesters. Het programma omvat vier uur trainen (analyse eigen partijen en een thema), anderhalf uur snelschaken en een biertje na afloop. Karel van Delft coördineert deze trainingsgroep. De deelnemers wisselen onderling tips, ervaringen en studiemateriaal uit.
Op deze site komen verslagen van de trainingen te staan alsook divers documentatiemateriaal.
IM Roeland Pruijssers geeft op 27 november 2011 training over dynamisch schaken. IM Yochanan Afek behandelt 18 december 2011 het thema eindspelstudies (site: www.afekchess.com). IM Merijn van Delft geeft 8 januari 2012 training over zelfstudie. GM Sipke Ernst bespreekt 12 februari 2012 het opbouwen van een openingsrepertoire. GM Artur Joesoepov komt zondag 11 maart 2012. IM Alexander Kabatianski behandelt 1 april 2012 het middenspel.
Mogelijk ook organiseert het JSG af en toe een extra activiteit waar meer belangstellenden aan deel kunnen nemen.
GM Artur Joesoepov heeft jaren tot de absolute wereldtop behoort. Nu is hij vooral actief als auteur, trainer, coach en publiekscommentator. Zijn site is www.jussupow.de. Via JSG zijn zijn boeken te verkrijgen, waaronder de serie Tigersprung.
Zie partijen waarin Joesoepov vijf wereldkampioenen verslaat.
Zie een analyse van Ton Sijbrands 'De mooiste partij van 1991' over Ivanchuk - Joesoepov.
Zie het interview 'Op weg naar je eigen top'.
Zie een samenvatting van een SBSA-oudergesprek van Joesoepov over jeugdtraining in 2007. Ook voor zelfstudie is deze informatie interessant.
Zie film 1 en film 2 van Xedes Engelen over SBSA-oudergesprek van Joesoepov over jeugdtraining.




Vierde JSG training door GM Sipke Ernst over opbouwen openingsrepertoire
GM Sipke Ernst gaf zondag 12 februari 2012 een training aan het JSG over het opbouwen van een openingsrepertoire. Ook besprak hij partijen van twee deelnemers. Een video geeft een impressie van de training.
Ernst gaf aan hoe het mogelijk is systematisch openingen te bestuderen. Dat leidt tot een eigen openingsrepertoire. Hij liet aan de hand van eigen praktijkvoorbeelden zien hoe hij dat zelf opbouwt door in het databaseprogramma Chessbase files aan te maken van varianten. Per variant neemt hij subvarianten op en commentaar met tekst.
Kennis over openingen kun je op diverse manieren vergaren. Ernst beveelt het lezen van beginnersboeken over openingen aan. Daarnaast zijn er veel interessante video’s waarin experts over openingen vertellen. Chessbase heeft een aantal van die video’s in de aanbieding. Je kunt bij het studeren aantekeningen maken en varianten en tekst opnemen in je files. Die tekst bestaat uit vuistregels: algemene regels over kenmerken van een bepaald soort stellingen.
Op clubavonden en via het programma PlayChess op internet kun je openingen uitproberen. Gespeelde partijen kun je eerst zelf analyseren en dan met een schaakprogramma als bijv. Houdini of Fritz analyseren. Nuttige varianten kun je toevoegen aan je files. Van cruciale momenten kun je een diagram maken (en uitprinten) opdat je het beeld inprent in je geheugen. Herhalen en toepassen (ook experimenteren) zijn belangrijk als je je een opening eigen wilt maken.
Over het geheugen ontstond een korte gedachtewisseling. Als je weet hoe je geheugen werkt, kun je er wellicht optimaal gebruik van maken. Gastdeelnemer GM Ton Sijbrands werd naar zijn mening gevraagd. Als wereldkampioen dammen en wereldrecordhouder (28 borden) blind simultaan dammen, zou hij daar ideeën over kunnen hebben. Sijbrands meldde dat hij bij schaken vanuit de openingsstelling nog geen vier zetten kan visualiseren. Bij dammen leunt hij zwaar op het herkennen van patronen. Daarbij speelt hij liever tegen sterke tegenstanders die een logische zettenreeks volgen. Ook is het een kwestie van veel oefenen, meent hij.
Duidelijk is wel, zegt Ernst, dat je veel dingen het beste onthoudt als je ze begrijpt. Snappen is de basis van alles. Daarnaast raadt hij aan om openingsboeken te bestuderen die veel tekst bevatten, zoals de serie van GM Paul van der Sterren.
Karel van Delft verwees naar een boek van Wienigk (‘Mittelspielmüster’) waarin de auteur Sovjet-schaakpedagogiek behandelt. Wienigk beveelt het uitprinten van cruciale stellingen aan. Veel Russische spelers hebben stapels handgetekende diagrammen uit het pre-computertijdperk. IM Alexander Kabatianski, die de zesde JSG-training zal verzorgen, heeft bijvoorbeeld ook mappen met dergelijke getekende diagrammen. Een foto zegt meer dan duizend woorden en een diagram dat je begrijpt wellicht meer dan talloze zettenreeksen.
Een smal repertoire heeft als voordeel dat je het kan uitdiepen, maar als nadeel dat je voorspelbaar bent. Het is ook nuttig openingen te spelen waar je je prettig bij voelt, stelt Ernst. Zelf had hij na een week studie toch maar de Stonewall verworpen in zijn voorbereiding op de B-groep van Tata 2012. Toch was die voorbereiding niet verkeerd, zegt hij. Je komt toch op nieuwe ideeën en je moet durven investeren en experimenteren. Anders kom je nooit verder.
Veel spelen met openingen is belangrijk. In de praktijk moet je kennis toepassen en met onverwachte wendingen leren omgaan. Dat is toch anders dan kennis uit een boek verstouwen.
Het voordeel van Chessbase boven bijvoorbeeld Fritz is dat er allerlei tools zijn om bijvoorbeeld in een referentiedatabase met soortgelijke partijen te kijken. De database van het programma kun je elke week aanvullen met gratis downloads van TWIC.
Idolen kunnen een nuttige functie hebben heeft Sipke Ernst ervaren. Zelf is hij altijd gecharmeerd geweest van het spel van GM Kramnik. Door diens partijen na te spelen ontwikkelde hij veel ideeën die hij in zijn eigen partijen kan gebruiken.
Als je van ‘fun’ in het leven houdt, moet je geen Russisch spelen. Aldus Ernst. ‘Tenzij je het net als Giri als remisewapen gebruikt’. En: ‘Als je een saai iemand bent, kun je je leven toch nog wat glans geven door scherpe openingen als de Najdorf te spelen en op avontuur te gaan.’
Als manier om openingen te leren, wijst Ernst ook op de mogelijkheid met een trainingspartner samen te werken. Je kunt dan bijvoorbeeld samen varianten analyseren en trainingspartijen spelen. Zelf heeft hij ook veel geleerd door eenmaal als secondant te werken met GM Jan Smeets.
Bij het bespreken van diens partij maakte Ernst een compliment aan Carlos Preuter die een uitgebreide analyse in tekst en varianten had ingeleverd. De speler dwingt zich zelf zo tot een diepgaande analyse. Daarnaast geeft het een trainer goed inzicht in hoe een speler denkt en daarmee aanknopingspunten voor gerichte adviezen.
Marcel Flohr toonde een spannend aanvalspartijtje. Ernst merkte daarbij op dat een computer misschien nog verdedigingszetten vindt, maar dat veel spelers het psychologisch benauwd krijgen als ze moeten verdedigen. Dan valt het niet altijd mee correcte zetten te vinden voor de verdediger.
Zelf blijven nadenken is het belangrijkste, zegt Sipke Ernst. ‘Vertrouw nooit klakkeloos varianten. Vertrouw ze pas als je ze begrijpt. Je moet streng zijn voor jezelf als je analyseert, niets zomaar aannemen. Dan kan je er in de praktijk pas echt wat mee. Als een plan niet uitgevoerd kan worden, dan is het misschien wel een slecht plan. ’
Gepost: 14 februari 2012

Derde JSG training met IM Merijn van Delft over zelfstudie
Verslag: Karel van Delft
IM Merijn van Delft gaf zondagmiddag 8 januari 2012 training aan het JSG. Dat gebeurde in gebouw Het Appèl in Apeldoorn. De training duurde bijna vijf uur en daarna speelde Merijn van Delft nog even mee in een onderling snelschaaktoernooitje.
Zelftraining kent tal van facetten. Kortheidshalve verwees Merijn naar het boek 'Schaaktalent ontwikkelen', waar hij coauteur van is. Eén van de manieren van zelfstudie is de analysevragenlijst, die door Karel van Delft en IM Dharma Tjiam is ontwikkeld. Mede met behulp van die lijst werd aan het eind van de training een partij van deelneemster Nilofar besproken.
In de training lag het accent op het gebruik van databaseprogramma Chessbase. Merijn illustreerde dat met voorbeelden uit zijn eigen praktijk.
Zelfstudie begint met het analyseren van je eigen partijen en die opslaan in een database zoals Chessbase. Tegenwoordig bestaat Chessbase versie 11, maar volgens de JSG-gasttrainer kun je als amateur net zo goed versie 9 kopen als die goedkoper verkrijgbaar is. Dan moet je vervolgens nog twee dingen doen. Je koopt Megabase met vijf miljoen partijen bij Chessbase en je downloadt wekelijks gratis partijen van The Week in Chess (TWIC).
De computer is handig voor het systematisch opslaan en terugvinden van kennis.
Het gevaar is dat je er lui van wordt. Je kunt wel passief veel kennis de revue laten passeren, maar die kennis verdampt ook weer snel. Via een goede databank haal je snel weer veel kennis op. Ook is het een goed hulpmiddel bij het opbouwen van een eigen openingsrepertoire.
Belangrijk is dat je zelf nadenkt. Het beste analyseer je een partij eerst met je tegenstander en daarna zelf, of eventueel ook met vrienden of je trainer. Pas daarna raadpleeg je een schaakprogramma ('engine') om te kijken of je nog belangrijke dingen hebt gemist.
Alleen doordat je actief analyseert met kennis, maak je deze ook eigen en ontwikkel je vaardigheden.
Merijn van Delft adviseert amateurs om van alles een beetje te doen: iets aan openingen, iets aan eindspelen, iets aan becommentarieerde partijen. Daarnaast is het nuttig regelmatig tactiek te oefenen met de Stappenmethode. Verder zijn er een aantal nuttige boeken, die leuk en leerzaam zijn. Dat een boek leuk is, is zeer belangrijk. Je leert vooral snel en goed als je er plezier van hebt.
Boeken die werden aanbevolen zijn: de serie 'Tigersprung' van Joesoepov, 'Practical chess' van Nunn, 'Just the facts!' van Alburt, Silman's eindspelboek en 'Turm-endspiele' van Karl-Otto Jung.
Merijn vertelde verder over zijn eigen activiteiten. Hij traint veel nationale jeugdtalenten, vooral in Hamburg. Maar ook traint hij in Apeldoorn bijvoorbeeld met Thomas Beerdsen. Daarnaast gaat hij voor de KNSB als coach mee naar jeugd-WK's en -EK's. Hij schrijft af en toe een boek, bijvoorbeeld met GM Karsten Müller (ChessCafe Puzzle book 3) en elke woensdagavond verzorgt hij een audio-lezing via Playchess. Voor de site www.chessvibes.com doet hij met IM Robert Ris de redactie van het wekelijks per email verstuurde -openingsmagazine Chess Vibes Openings. Met Ris en GM Anish Giri en IM Thomas Willemze verzorgt hij tevens het wekelijks per email verstuurde ChessVibesTraining magazine.
In een video staat een aantal fragmenten uit het begin van de training.
In een tweede video bespreekt Merijn van Delft de opening van een partij van Nilofar Sekandar.
Merijn ging een uurtje langer door waardoor het snelschaaktoernooitje werd ingekort tot vier ronden.

Gepost: 9 januari 2012
Tweede JSG-training met IM Yochanan Afek
Verslag: Karel van Delft
‘Een sterke speler kijkt altijd eerst wat zijn tegenstander wil, en daarna kijkt hij wat hij zelf wil.’ Dat stelde IM Yochanan Afek op de tweede training van het Joesoepov Schaak Genootschap. Die bijeenkomst vond zondagmiddag 18 december 2011 plaats in Denksportcentrum Apeldoorn. Afek besprak twee partijen van deelnemers en vergat dat hij eigenlijk zou spreken over eindspelstudies. In plaats daarvan wijdde hij spontaan uit over schaakdenken en creatief schaken. In dat kader besprak hij onder meer een partij van GM Miguel Najdorf.
De video geeft een impressie van zijn lezing. In een pgn-bestand staat de partij Glucksberg – Najdorf.
Schaakdenken bestaat uit patroonherkenning, vuistregels toepassen en rekenen. Afek gaf diverse vuistregels die het denken richting kunnen geven. Zoals: als je een goede zet ziet, kijk of je nog een betere hebt. Simpel, maar het wordt vaak vergeten. Als je weet wat je doel is, kun je daar je plan op afstemmen. In de Benoni val je bijvoorbeeld pion d6 aan. Je bedenkt een plan en daar leid je zetten uit af. Vanuit een plan en algemene principes leid je kandidaatzetten af. Daarna ga je pas rekenen. Pas op voor materialistisch denken. Een gezonde stelling is belangrijker dan krampachtig vasthouden aan een pion. Wees kritisch, neem niets zonder meer aan. Denk economisch, als je te diep rekent op bepaalde zetten kan je later in tijdnood komen. In tijdnood is de kans op blunders groot. Soms kom je met algemene principes tot een gezonde stelling, zonder dat je veel hoeft te rekenen. Zo spaar je tijd, die je later hard nodig kan hebben. Forceer niets. ‘Een sterke speler geeft je een touw waaraan je jezelf kunt ophangen.’ Denk steeds weer aan drie gouden principes: koning veilig, mobiliteit van stukken en een gezonde pionstructuur. ‘Wees kritisch, vooral op jezelf: de weg naar de hel is geplaveid met goede bedoelingen. Als mensen plannen maken, lacht God.’
IM Yochanan Afek heeft een website: www.afekchess.com. In de rubriek studies staat een aantal video’s waarin hij eindspelstudies bespreekt.
Op die site staat ook informatie over zijn boeken 'De Pion', 'De Toren' en 'Invisible Moves'.
Over eindspelstudies heeft Karel van Delft een artikel voor de site van het Max Euwe Centrum geschreven: http://www.maxeuwe.nl/columns/eindspelstudies.html
Glucksberg - Miguel Najdorf
Warsaw Warsaw, 1929
1.d4 f5 2.c4 Nf6 3.Nc3 e6 4.Nf3 d5 5.e3 c6 6.Bd3 Bd6 7.0–0 0–0 8.Ne2 Nbd7 9.Ng5 Bxh2+ 10.Kh1 Ng4 11.f4 Qe8 12.g3 Qh5 13.Kg2 Bg1 14.Nxg1 Qh2+ 15.Kf3 e5 16.dxe5 Ndxe5+ 17.fxe5 Nxe5+ 18.Kf4 Ng6+ 19.Kf3 f4 20.exf4 Bg4+ 21.Kxg4 Ne5+ 22.fxe5 h5# 0–1
Omtrent het correcte jaartal van de partij verwijst Afek naar www.chessgames.com/perl/chessgame?gid=1100774
Aanvulling van Jacques van Gelder:
De hugebase van Rybka Aquarium geeft aan dat de partij is gespeeld op de Olympiade van 1935. Onderstaande link (met analyse) geeft aan dat het in 1935 te Warschau is gespeeld. Weer andere bronnen vermelden 1929. De jaartallen verschillen, de partij, plaats en hoofdrolspelers zijn wel steeds dezelfde.De partij wordt de 'Polish immortal' genoemd. In Wikipedia staat dat de 6th Olympiad is gehouden in 1935 te Warsaw. Het lijkt mij aannemelijk dat 1935 het juiste jaartal is. Wie het weet mag het zeggen.
http://www.lifemasteraj.com/old_af-dl/glunajrpg0.html
Uitslag snelschaken


Eerste JSG-training met IM Roeland Pruijssers
Verslag: Karel van Delft
De eerste training van het Joesoepov Schaak Genootschap vond zondagmiddag 27 november 2011 plaats in Denksportcentrum Apeldoorn. Trainer IM Roeland Pruijssers sprak aan de hand van twee eigen partijen over ‘dynamisch schaken’. Tevens behandelde hij twee partijen van deelnemers.
Alle twaalf deelnemers waren aanwezig. De training duurde van 12.00 tot 18.00 uur.
In een video geeft Karel van Delft een impressie van deze training.
De eerste partij van Pruijssers was zijn winstpartij op GM Yasser Seirawan, de dag tevoren in de Meesterklassewedstrijd Accres Apeldoorn – HSG. De tweede partij betrof een winst op GM Hannes Stefansson tijdens het EK clubteams in Slovenië afgelopen najaar. Een deel van de partijbespreking vond plaats in quizvorm. De partijen zijn opgenomen in een pgn-bestand.
GM Yasser Seirawan gaf later per email een reactie op zijn partij tegen Pruijssers: After blundering (…Bg6?? Best was …Be4 with advantage) I wasn’t happy with my decisions thereafter. I should have sought salvation with …Kg7, when after Qxa4, to play …f3 and go on a sacrificial hope. The computer (of course) defends white’s position very well, but in a practical game between humans, white has to make a lot of tough moves ahead. Unfortunately, I was stuck on …Qh7 (instead of …Kg7) when the attack falls short.
Dynamisch schaken vereist veel rekenwerk, stelde Pruijssers. Af en toe moet je een variant afkappen en vertrouwen op je intuïtie (d.w.z. je onbewuste redeneervermogen, kennis van concepten, toepassen van vuistregels en patroonherkenning - definitie KvD). Rekenen en tactische motieven toepassen gaan hand in hand. Je kunt het op diverse manieren oefenen. In de Stappenmethode staan tactische motieven. Rekenen kun je onder meer oefenen door studies op te lossen. Een belangrijk aspect is een goede focus. Die kun je onder meer trainen via een oefenmethode van IM Mark Dvoretsky: neem diverse stellingen en zet een klok op vijftien minuten. Probeer in die tijd uiterst geconcentreerd diverse stellingen op te lossen. Je kunt veel leren van het analyseren van je eigen partijen. Daarbij geldt dat je eerst met je tegenstander en zelf moet analyseren. Een computer gebruik je alleen om daarna te controleren of je nog varianten hebt gemist. Dynamisch schaken is de tegenhanger van positioneel schaken, hoewel sterke schakers beide vormen vaak integreren. Een andere manier om meer van dynamisch schaken te begrijpen is om becommentarieerde partijen na te spelen.
Zie voor de 15 minute drill van Dvoretsky deze link.
Elke training komen eigen partijen van twee deelnemers aan bod. Trainer Roeland Pruijssers analyseerde partijen Bert van Brussel en Tom Molewijk. Komende keer bespreken we partijen van Diederik van Donk en Jacques van Gelder.
Iedere deelnemer kreeg naar keuze het boek ‘Schaaktalent ontwikkelen’ of ‘Developing Chess Talent’.
Deelnemers wisselen ook onderling studietips uit.
Suggesties van Jacques van Gelder:
www.chesscafe.com/text/skittles148.pdf = 400 points part 1
www.chesscafe.com/text/skittles150.pdf = 400 points part 2
http://www.chesscafe.com/text/heisman106.pdf = The use of tactics
http://www.chesscafe.com/heisman/heisman129.htm Over "I don't know what to do".
De komende training is zondag 18 december. IM Yochanan Afek spreekt dan over studies en eindspelen.
Nilofar Sekandar won met 15 punten de quiz. Die bestond uit diverse vragen die de trainer stelde.
Doordat de training iets uitliep, bestond het onderling snelschaaktoernooitje uit zes ronden. Afgetekend winnaar werd Carlos Preuter met 5,5 uit 6. De één zal er trots op zijn en een ander zal zich geprikkeld voelen om zich te revancheren, wat bijdraagt aan een algehele niveauverbetering. Daarom volgt hier de eindranglijst:

Roeland Pruijssers is conditioneel grootmeester. Dat wil zeggen dat hij op basis van vier behaalde GM-normen en een rating die over de 2500 elo is geweest, zomer 2012 de GM-titel van de FIDE krijgt.
Over dynamisch schaken geeft hij in onderstaande tekst een paar studietips:
“Ik kan de boeken van Kasparov ‘My great predecessors’ aanbevelen. Daarnaast het boek van Marin, ‘Learn from the legends: Chess champions at their best’. Dit zijn boeken over de wereldkampioenen en hun lessen, waarvan de boeken van Kasparov meer in verhaallijn zijn geschreven en het boek van Marin meer over de eigenschappen van de kampioenen gaan. Daarnaast zijn de boeken van mensen met een rating over de 2600 vrijwel altijd goed geschreven. Bijvoorbeeld van Dreev of Avrukh.
Over tactische boeken weet ik eigenlijk vrij weinig. De Stappenmethode herhalen is nooit een slecht idee. Stap 4 t/m 6 met name en stap 7 als die al uit is. En als je quizzen wilt hebben om je algemene speelstijlen te verbeteren kan ik de quizzen van CVO-training aanraden of van andere tijdschriften zoals Newinchess.
Om dynamische stellingen te trainen is het goed om rekenvaardigheid en daarmee voornamelijk tactiek te trainen. Daarnaast is het ook belangrijk om een stelling goed te kunnen beoordelen wat ook weer positionele kennis vereist. Zo kan een trainingsscenario bijvoorbeeld zijn dat men eerst de stappenmethode 4 t/m 6 herhaalt, deze beheerst en van daaruit naar grotere rekenvaardigheidsopgaves gaat en daarin extra aandacht besteedt aan de beoordeling als een variant is uitgerekend. Rekenvaardigheidsopgaves heb ik nog niet gevonden hoewel een idee is dan om te zoeken naar Middenspelboeken. Een boek van Sokolov over Middlegames wordt geloof ik erg goed gevonden. De vraag is alleen of daar iets in staat over dynamiek. Misschien dat je die vraag dan beter kunt stellen aan Erika Sziva van debestezet.nl.
Met websites ben ik niet goed bekend. Als ik studeer doe ik dat voornamelijk door middel van de megadatabase of boeken.”



